• In ons jubileumjaar 2020 waren er allelei grote plannen om o.a. een jubileumboek uit te brengen. Een redactiecommissie heeft diverse interviews afgenomen met een aantal ereleden. Deze interviews wilden de Jubileumcommissie jullie niet onthouden. Deze week Henk Lansbergen.

    Henk Lansbergen: ‘Het gaat om het clubgevoel, hè, dat kun je niet uitleggen’

    Tijdens de digitale algemene ledenvergadering van 14 december 2020 klonk achter de tientallen beeldschermen van de aanwezigen tevreden geluiden en bescheiden applaus toen de voordracht om Henk Lansbergen tot erelid te benoemen aan de orde kwam. Henk sloeg nooit op de grote trom, maar was er wel als de club hem nodig had. Bij voorkeur bleef hij achter de schermen, puzzelend en cijferend op een begroting of een jaarrekening. Misschien is hij niet het bekendste lid van de vereniging, maar jarenlang was hij wel een onmisbare steunpilaar. De unanieme steun voor zijn erelidmaatschap kwam dus niet uit de lucht vallen. Vanwege het feit dat bij hem kanker werd geconstateerd legde hij eind 2020 zijn functie neer.
    Begin 2023 is Henk berucht om de zwarte humor waarmee hij zijn situatie omschrijft als iemand vraagt hoe het met hem gaat. ‘Voor iemand die al dood had moeten zijn gaat het best goed.’
     
    Wanneer begon jouw sportieve carrière?
    Vanaf mijn vierde voetbalde ik al op straat in de St Annazusterstraat. Nu staat er lelijke nieuwbouw, maar toen was het open gebied waar je kon voetballen. Bij ons op de Noordvest woonden ook de families De Vette en Van Wassenaar. Martin de Vette en ik waren even oud en wij voetbalden altijd op straat. Met Henny, een oudere broer van Martin, mijn broers Peter en Frans, en Peter van Wassenaar.

    Hoe ben je bij Excelsior terecht gekomen?
    We kwamen uit een katholiek gezin en gingen met de lagere school altijd schoolvoetballen bij Excelsior. Mijn broer Aad ging als eerste naar Excelsior, toen Peter, maar die is al snel gestopt, en ik volgde een jaar later. Je kon lid worden op je twaalfde, maar ik meldde me op mijn veertiende, een jaar later dan mijn jongere broer Frans.

    Hoe zag jullie gezin eruit?
    Aad was de oudste, daarna kwam een zus, toen vijf broertjes, een zus en weer een broertje. Ik ben nummer vijf, de middelste van het gezin. We hebben ook nog een pleegkind in huis gehad. ‘Als er negen kinderen kunnen eten, kan er ook wel eentje bij,’ zei mijn vader. Daar had hij natuurlijk gelijk in.

    Kon jij een beetje voetballen?
    Ja, ik kon wel aardig voetballen, net zo iets als Martin de Vette, denk ik. Wij waren ongeveer gelijkwaardig. We hebben in de jeugd ook altijd in de dezelfde elftallen gespeeld, B1 en A1, Wij waren wel van hetzelfde niveau. Martin was toen meer een spits, pas later is hij middenvelder geworden, Vanwege avondstudies ben ik na de jeugd in lagere elftallen gaan voetballen. Toen vond ik het wel best.  

    Jij hebt nooit de ambitie gehad om in de selectie te gaan voetballen?
    Nee, helemaal niet, Ik had daar geen tijd voor. In die tijd kwamen we van de MULO en gingen we boekhouddiploma’s halen. Mijn broers Aad, Peter en Frans deden dat ook. Diploma’s moest je hebben, dan kon je later een goede baan krijgen.

    Jouw broer Aad was dus een voorbeeld voor je…
    Ja, nu je het zegt. Maar waarom weet ik niet. Hij werkte bij Unilever en zei dat ik na mijn MULO ook bij Unilever moest gaan werken. Toen ik ging solliciteren werd ik aangenomen. Ik kon meteen aan de slag. Na vijftien jaar ben ik weggegaan, maar Aad is altijd bij Unilever gebleven. Ik werkte bij de automatiseringsafdeling en toen die werd overgenomen door een Amerikaans bedrijf ben ik meegegaan. We waren thuis allemaal kantoormensen. Het rekenen zat meer in de familie dan de taal.

    Vanwege de avondstudie gaf jij dus je voetbalcarrière op na je jeugdjaren…
    Nou ja, ik zat in A1 en kon wel aardig meekomen, maar na mijn overgang naar de senioren kwam ik in het vierde en daar ben ik een beetje blijven hangen. Toen ging ik ook nog maar eenmaal per week trainen vanwege mijn studie.

    Wie waren jouw generatiegenoten in A1?
    Dat waren onder anderen Frans Parrin, Nico Hulhoven, Martin de Vette  en Jimmy van Harmelen. Hij heette eigenlijk Peter, maar iedereen noemde hem Jimmy. Peter Zuijderwijk was toen leider, dat weet ik ook nog wel.

    Heb je in je jongste jeugd ooit gecricket?
    Nee, da’s nooit aan de orde geweest. We deden het wel in de St Annazusterstraat, met een bat en een tennisballetje, maar de wedstrijden duurden mij te lang. Ik ging wel vaak kijken. Ik weet ook  zeker dat ik alle kampioenschappen heb meegemaakt. Met mijn broers zat ik vaak op de lage tribune aan de overkant in het zonnetje met een biertje erbij. Mijn broer Frans ging altijd mee, en Berry, een broer die nooit gevoetbald heeft, maar wel altijd meeging om cricket te kijken.  

    En Carnaval, had je daar iets mee?
    Nee, bij carnaval ben ik nooit betrokken geweest. Ik ben wel een paar geweest als bezoeker, maar ik was geen polonaiseman. Ik ben wel een keer ingevallen als verkoper van de munten toen iemand anders verhinderd was.  

    Wanneer ben je voor het eerst iets als vrijwilliger gaan doen voor de club?
    Ik denk dat penningmeester voetbal mijn eerste functie was. Nee wacht, ik ben in 1980 het familietoernooi gaan doen.

    Waar kwam het idee eigenlijk vandaan voor het familietoernooi?
    Peter van Deventer en mijn broer Aad hebben dat opgezet, maar omdat Aad het eerste jaar niet beschikbaar was, heb ik hem vervangen. We begonnen toen met Peter van Deventer, Harry Vermaas en Wim Uytdewilligen met de organisatie. Later ben ik er met Peter van Deventer mee verder gegaan. Toen had ik het van Aad overgenomen.

    Wat vond je daar leuk aan?
    Ik had zelf altijd meegedaan en ik vond het een van de gezelligste dagen van het jaar. Dat was nog op Koninginnedag en ik ging nooit naar de stad dus kon ik lekker vroeg voetballen die dag. Ik vond het leuk en toernooien spelen was altijd fijn. 

    Henks vrouw Marijke komt binnen en vult meteen aan:
    Ik werd tijdens de toernooien er met de haren bijgesleept. Voor het familietoernooi ging ik met Harry Vermaas prijzen kopen voor de loterij en ik bakte altijd oliebollen voor het oliebollen- en snerttoernooi. Het werd op een gegeven moment zoveel dat we het bakken verdeelden. Later zijn Henny en Jan Vermeulen in de kantine oliebollen gaan bakken voor het toernooi. Ik werd er via Henk bijgehaald, ik kwam niet uit een familie die iets met Excelsior had, maar door Henk werd ik hier en daar bij betrokken. Je rolde er gewoon in en je groeide ermee op. Vroeger ging ik ook mee naar het voetbal, met de jongens. Robert in zijn trainingspak met een bal. Maar ze hebben nooit gevoetbald. De oudste Dennis is aan atletiek gaan doen bij Fortuna, maar voor hem geen voetbal. Toen hij klein was ging ie altijd mee met een bal onder zijn arm. Met het familietoernooi hebben mijn 2 zonen op het laatst ook meegedaan.

    Bijzonder wat zo’n vereniging teweeg kan brengen…
    Marijke weer: ‘Ja, dat merk ik ook aan mijn schoondochter. Die vraagt hoe ik dat doe. Dan zeg ik: daar groei je mee op, daar kom je vanzelf wel achter.’
    Henk vult aan: ‘Daan, onze kleinzoon, die is ook altijd met een bal bezig. Die is pas 6. Hij woont in Dordrecht. Maar we zien wel of hij voetballer wordt, als hij hier is gaan we altijd even achter voetballen. Dat vindt-ie prachtig.’ 

    Goed, terug naar het Familietoernooi…
    Ok. Na acht keer vroeg mijn broer Aad of ik het van hem wilde overnemen. Ik kon goed met Peter van Deventer overweg. Gerard Wiegman was er toen bij betrokken. En Harry Vermaas. Wim van den Boogert deed de Tombola en met die mensen organiseerden we het familietoernooi. We hadden er inmiddels een traditie van gemaakt in een leuke omgeving met altijd een leuke sfeer. We hebben nooit narigheid gehad. We begonnen met elf tegen elf, maar zijn overgegaan op zeven tegen zeven. Er deden toen meer families mee, op een gegeven moment zelfs twintig. Meer konden we er niet kwijt. We maakten een programmaboekje, ik deed de penningen en met de tombola konden we altijd nog wat geld verdienen. Voor de vereniging was het een goede zaak dat er dingen werden georganiseerd. Dat is altijd zo geweest. De klaverjasavonden waren ook altijd volle bak. Je had met klaverjassen makkelijk honderd man binnen. De ontspanningscommissie, met Aad van der Hoeven en Jan Stolk, had altijd leuke dingen. Die waren altijd goed bezig, vond ik.

    Waardoor voel je je thuis en ben je bereid een stapje harder te lopen dan andere mensen?
    Dat laatste, dat weet ik zo niet. Maar het is wel zo dat ik me altijd thuis heb gevoeld. Ik heb daar mijn vrienden zitten. Ik zou nooit bij een andere vereniging willen voetballen, dat lijkt me helemaal niks. Maar Excelsior is wat dat betreft best een goede, sociale vereniging, waar plezier voorop staat. Prestatie is niet echt belangrijk. Ik ben twaalf jaar penningmeester van het voetbal geweest, maar ik heb nog nooit een speler betaald, terwijl je dat wel bij andere verenigingen ziet. Die club, ja, eigenlijk gaat het allemaal vanzelf. Ik heb er nooit over nagedacht waarom ik bij Excelsior zit. Je hebt daar je vrienden. Ik zit ook nog bij de onderhoudsploeg. Jos van Deventer, Bert Halkes, Teun van Aken en Anton de Rouw, dat zijn gewoon vrienden. Met hen heb ik ook vroeger bij de Zomo’s meegevoetbald. En ik heb elk jaar, in welk elftal dan ook, wel weer vrienden gemaakt. Niet dat je elkaar elke dag ziet, maar het is wel zo dat je kennissenkring vrij groot is, laat ik het zo maar zeggen. En dat is wel leuk. Wat dat betreft vrienden zat. We hebben ook uitstapjes gemaakt met de club. Met de Zomo’s naar Parijs, zulke dingen. Een kerstmarkt in Duitsland. Ik heb een paar jaar gevoetbald in het elftal van Peter Friederich en dan gingen we ook weekeindjes weg.  Jopie Boon was daar bij, dat was ook een vriend van ons. Maar die is helaas drie jaar geleden overleden. Ik schrok me rot. Hartaanval. Maar ja, zo heb je heel veel kennissen, vrienden eigenlijk. Teun van Aaken, Jos van Deventer en Anton de Rouw zijn echte vrienden geworden.

    Is Excelsior een gezelligheidsclub of een prestatieve club?
    Nou, als je kijkt naar het cricket, die spelen wel prestatief op het hoogste niveau, wat heel prettig is, want ik ga graag naar die cricketwedstrijden kijken. Qua voetbal, ja, daar kijk ik ook bijna alle wedstrijden, maar of ze dan winnen of verliezen, dat maakt mij niet uit. Nee, ik lig er niet wakker van. Laat ik het zo zeggen.

    Je bent twaalf jaar penningmeester voetbal geweest en je hebt nooit een speler betaald. Is er wel eens druk uit geoefend, of zijn er wel eens trainers of bestuursleden geweest die hebben gezegd dat ze hogerop willen?
    Ja, trainers wel. Die zeggen dat wel. 

    Kost het dan moeite om dat buiten de deur te houden.?
    Nee hoor, we doen er gewoon niet aan. Klaar. Da’s heel simpel. Sommige trainers begrepen dat niet helemaal, zeker niet toen we nog eerste klasse en hoofdklasse speelden. Toen begrepen trainers dat niet. Er was zo iemand die graag wat versterking wilde. Hoe we dat dan voor elkaar kregen interesseerde hem geen ene moer. Maar, we hebben ook wel trainers gehad die het wel begrepen, die weten dat Excelsior geen voetballers betaalt. En dan gaan ze ermee akkoord. En als ze niet mee akkoord gaan, hebben ze pech gehad. We hebben daar wel gesprekken over gehad, maar we zeggen altijd nee. Tenminste, ik zeg altijd nee. Wat er achter mijn rug om gebeurt dat weet je nooit.

    Maar heb je wel eens gemerkt dat er achter je rug dingen gebeurden?
    Nee, nooit wat gemerkt. Maar, dat weet je niet. Maar ook in het bestuur niet. Toentertijd was Henk van Deventer voorzitter en we hebben nooit signalen gehoord dat er spelers werden betaald. Nooit iets van gehoord, nee. Terwijl toch heel veel goede voetballers bij ons kwamen spelen. Die Johan Hammerstein en Dennis Dekker, dat waren spelers die bij andere verenigingen wel geld kregen. John Bos, de keeper, is ook zo’n bekend voorbeeld. Dat was een vriendje van Marco Clarijs, die wel bij ons speelde en hij wilde wel graag bij ons komen keepen. Maar die was wel gewend om vroeger geld te krijgen. En dat waren geen misselijke bedragen.

    Sinds maart 2020 heeft ook Excelsior te maken gehad met het coronavirus en de gevolgen daarvan. Wat heb jij kunnen doen om de club financieel op de rails te houden?
    Nou, we hebben alle steunmaatregelen aangevraagd. Het eerste was die €4.000 noodsteun, die konden we zo krijgen. Ik had de aanvraag nog niet ingediend of het geld stond al op de rekening, zo snel ging dat. Voor de betaalde trainers konden we de loonsteun krijgen. Die hebben we ook aangevraagd en gekregen. Toen hebben we aan de gemeente gevraagd om de rekening voor de veldhuur van het tweede kwartaal, waarin helemaal niet is gevoetbald, kwijt te schelden. Dat is een behoorlijk bedrag, elk kwartaal 7.500 euro. Dat hebben ze achteraf ook gedaan, maar het is wel gebeurd. 

    Trek je bij dat soort zaken op met andere clubs of ga je dan helemaal alleen te werk?
    Van de KNVB krijg je altijd een opsomming van de zaken die je kunt aanvragen En andere verengingen, tsja, ik heb die maatregelen voor ons ingediend...

    Is het dan ieder voor zich en God voor ons allen?
    Nou, als ze me willen bellen dan mogen ze me bellen, maar zo’n formuliertje, dat was een kwartiertje werk. Moet ik dan bij PP gaan vragen hoe zij dat doen?  

    Zijn er geen initiatieven waar je als Schiedamse verenigingen samen op kunt trekken of van elkaar kunt leren?
    Nou, voorzitter Ruud de Leede heeft wel geprobeerd om samen met de Thurlede-verenigingen op te trekken, maar het gevoel dat je samen dezelfde kant op gaat, heb je nooit.

    Waar ligt dat aan? Aan de andere clubs of aan Excelsior?
    Volgens mij hebben wij wel vaak het initiatief genomen om met andere clubs samen te werken, vooral met PP, maar er komt nooit iets van de grond, tenminste, dat gevoel heb ik.

    Zit dat in de verschillende karakters van de clubs?
    Ja, er heerst toch wel een andere sfeer bij PP, ja. We hebben wel meer met die mensen om de tafel gezeten, maar er komt nooit wat uit op de een of andere manier. Ik ben helemaal niet zo dat ik met anderen iets wil, ik heb ook nooit met andere penningmeesters overlegd. Ik zou niet weten waarom. Word je daar beter van?

    Er is nog geen sprake van paniek geweest tijdens de coronaperiode?
    Nee, ik heb altijd wel een goed gevoel gehad dat we het gingen redden.

    Hoe hebben jullie als bestuur de eenheid bewaard om het schip dezelfde kant op te laten varen?
    We hebben daar in het hoofdbestuur wel gesprekken over gehad. Ik heb toen wel gezegd dat voetbal in de liquiditeitsproblemen zou komen als we geen steunmaatregelen zouden krijgen. Maar ja, die kregen we wel. Geen veldhuur betalen, de steunmaatregelen, al die zaken bij elkaar zorgen ervoor dat voetbal nu een redelijke buffer heeft. De vaste lasten gaan nog wel steeds door, natuurlijk. Verzekeringen, gas, licht en abonnementen.

    Als sportvereniging moet je ook proberen de moed erin te houden…
    Ja, dat is het lastigste, want je kon afgelopen jaren niet bij elkaar komen. Dat vond ik wel lastig. We moesten eigenlijk de jubilarissen in het zonnetje gaan zetten, maar dat ging helemaal niet. Ruud en Helma hebben dat gedaan, langs de deuren, maar daar bemoei ik me niet zo mee.


    Wie heeft jouw zaakjes over genomen?
    Marjon van Troost heeft het overgenomen. Jan Wegman deed het meeste, hij is al zes of zeven jaar de voetbalpenningmeester. Een heel goede vent, zoals we ook bij cricket een heel goede penningmeester hebben. Daar hebben we wel mazzel mee, want dat zijn goede mensen.

    Wat heb jij in de Coronatijd het meest gemist bij de club?
    Kijk, bij cricket is alles nog redelijk doorgegaan, dus ik ben al die cricketwedstrijden thuis nog wezen kijken. En de eerste vier voetbalwedstrijden ging ik ook nog wel kijken. Maar ik miste wel elke zondag mijn potje voetbal.

    Is zo’n wedstrijd echt iets waar naar je uitkijkt?
    Ja hoor, als we thuis spelen zeker. Want dan kom je op de club en dan zie je al je vrienden en dan ga je even een biertje drinken. Dan heb ik het weer over Jos, Anton, Bert, Teun en noem maar op. Dat is gewoon standaard elkaar opzoeken.

    Ben je dan ook iemand die als bestuurder de bestuurskamer ingaat?
    Als hoofdbestuurslid ben ik rond wedstrijden nooit meer in de bestuurskamer geweest. Dat neemt het voetbalbestuur nu waar. Toen ik in het voetbalbestuur zat, was ik er wel altijd bij. Dan ontvang je de mensen van de tegenstander.

    Had je daar ook plezier in ?
    Ja. Dat vond ik wel leuk. Andere mensen ontmoeten vind ik altijd wel leuk. Toen ontvingen we de bestuurders van de bezoekende verenigingen nog officieel, maar tegenwoordig schijnt dat niet meer zo gangbaar te zijn. Toentertijd wel, hoor. En toen we in de hoofdklasse speelden ging ik ook naar de uitwedstrijden met de bus en dan kom je toch bij verenigingen zoals AFC in Amsterdam, Hollandia in Hoorn, AFC 34 in Alkmaar, ADO ’20 in Heemskerk, dat zijn mooie verenigingen hoor. En ook Elinkwijk, FC Omniworld en VVSB. Die clubs hebben ook een bestuur en als je daarmee zit wissel je inderdaad wel veel uit. Van de vierde klasse naar de hoofdklasse hebben we dat allemaal wel meegemaakt. Hoe doen jullie dat met sponsoren, hoe doen jullie dit, hoe doen jullie dat?

    Hier klinkt wel een bereidheid om kennis te delen, maar je was net heel terughoudend toen het over samenwerking tussen Schiedamse clubs ging…
    Ja maar voor Schiedamse clubs ligt dat anders. Alleen al het idee om bij Hermes DVS te gaan vergaderen…. Kijk, mij maakt het niets uit hoor, maar veel mensen maken daar wel bezwaar tegen. Ik geloof dat het door sommige Excelsior-mensen wel een beetje afgehouden wordt. Sommige mensen dragen dat wel een beetje uit: wij hebben niks met andere clubs te maken. Wij zijn gewoon in Schiedam de beste, klaar. Ik vind wel dat we een tikje chauvinistisch zijn, niet allemaal, maar sommige mensen zeker. Ik ben dat zelf helemaal niet. Ik zou best met Hermes willen overleggen over hoe zij bepaalde dingen doen, maar ik zou niet weten waarom. Ik denk wel dat wij alles wel op orde hebben, qua financiën zeker. En met de belasting ook, nooit problemen gehad. We hebben wel eens controle gehad van de belastingdienst en dan kreeg je eerder een enorm rapport met aanwijzingen hoe je dingen nóg beter kunt doen dan dat je te horen kreeg dat je verkeerd bezig was. Dat is wel mooi.

    Als je jouw jaren als bestuurder beschouwt, wat zijn dan jouw hoogte- en dieptepunten geweest?
    Dieptepunten heb ik niet, maar je verliest wel eens mensen aan wie je gehecht bent. Dan heb ik het over Wim van Deurzen bijvoorbeeld, die vorig jaar overleed. Da’s een dieptepunt. Leo Marrevee ook, mensen die je heel goed kent, dat zijn dieptepunten. Maar degradatie interesseert me geen ene reet, dat vind ik helemaal niet belangrijk, dat is geen dieptepunt.
    Maar de promoties naar de eerste klasse en naar de hoofdklasse, dat waren wel hoogtepunten. En de cricketkampioenschappen, dat waren ook hoogtepunten. Elke keer weer. Als je kampioen wordt van Nederland, ja, dat vier je mee met je cluppie. Niet dat ik mezelf dan ga vol hijsen, maar je hebt dan wel een trots gevoel. Dat is toch wel knap, geweldig eigenlijk, dat ze Nederlands kampioen werden. Terwijl HCC en Quick toch grote namen zijn in de cricketwereld. En dan kom je als Excelsior en je pakt ze gewoon allemaal. Je hoeft geen elftal bij elkaar te kopen, want dat zag je aan VRA. Die hadden tien mensen rondlopen die werden betaald en bij ons alleen de trainer. En toch win je van die gasten. En dan zie je dat het niet altijd met geld heeft te maken. Het gaat ook om het clubgevoel, hè, dat gevoel kan je gewoon niet uitleggen.

    Zijn er voetballers of cricketers die er door de jaren heen voor jou uitgesprongen zijn?
    (Nog voordat de vraag is voltooid heeft Henk het antwoord al klaar)
    Jaaa, Luuk van Troost vind ik wel een uitschieter. Daar kon ik echt wel van genieten. Als hij aan bat was dan werd het leuk.

    Zijn er bestuurders geweest die op jou een grote indruk hebben gemaakt of van wie je hebt kunnen leren of mensen aan wie je je optrok?
    Ja, van de meeste mensen heb je wel wat opgestoken. Joop Bots was zeker in het begin een steun.

    In welk opzicht?
    Financiën, weet je wel. Hij had er wel goed kijk op ook. Ik ging ook vaak op vrijdagmiddag even naar Joops kantoor om te praten over financiële dingetjes. Joop is ook een echte vriend van mij.

    Wie nog meer?
    Ja, iedereen wel een beetje, maar om nou te zeggen dat er eentje bovenuit springt, dat idee heb ik niet. Met Leo Buckers heb ik altijd goed kunnen praten. Met Arie Verwaal ook wel, die is tien jaar voorzitter geweest van de club.

    Zijn er misschien negatieve uitschieters?
    Nou ja, we hebben natuurlijk wel een keer problemen gehad binnen het hoofdbestuur over de financiële splitsing tussen cricket en voetbal. Ik kan er heel gedetailleerd over praten, maar het was toen wel een erg groot probleem, dat cricket zijn eigen gang wilde gaan zonder dat de verenging daar ook maar iets over te vertellen had. Dat ging over een grote sponsor die ze binnen hadden gehaald en waarvan ze al het geld wilden hebben. Maar ja, zo werkt dat niet binnen een club. Toentertijd werkte dat niet. Daar zijn wel ruzies over geweest. Dus dat was wel negatief. Dan sta je een beetje aan de zijkant en dan probeer je toch een beetje de gemoederen te sussen. Dat is het enige wat ik kan doen, want ik ben niet zo iemand die dan ruzie gaat maken of zo. Ik probeer dan altijd wel een beetje te bemiddelen. We hebben het achteraf wel voor elkaar kunnen krijgen hoor, maar dat was wel een dieptepuntje, als je het nou toch over dieptepunten hebt.

    Maar achteraf geen scheve gezichten? Kun je nog met iedereen door de bocht?
    Ik kan met iedereen nog steeds door de bocht. We hadden toen een dagelijks bestuur dat bestond uit Arie Verwaal, Hennie de Mik en ik, en Arie en Hennie zaten er strak in. We hebben afspraken, we  een hebben een bepaald budget voor voetbal en een budget voor cricket en dit zijn de algemene kosten. Als jullie dan die 25.000 euro in één keer binnen harken komen we dáár ergens wat tekort, weet je wel. Maar goed, achteraf is het allemaal wel goed gekomen, we zijn met die splitsing bezig geweest. Met Cees Vollebregt, Jan Wegman en de toenmalige penningmeester van het cricket, Hans Schippers, hebben we heel die splitsing uitgekristalliseerd: dit zijn algemene zaken, dit zijn zaken voor voetbal en dit zijn typische cricketdingen. Dat hebben we in een document vastgelegd. Dat werkt al vijf jaar zonder problemen, dus dan zal het wel goed zijn, denk ik.

    Hoeveel jaar heb je er opzitten in het bestuur?
    Ik heb het bijna 25 jaar volgehouden in het bestuur, dat is wel een mooie tijd. (Met een knipoog naar zijn luisterende vrouw) Marijke was ook blij dat ik af en toe weg ging, Maar het moet ook nog eens zo zijn dat je thuissituatie geen probleem is… Ik ben ook pas in het bestuur gegaan toen ik 44 jaar was. Toen waren de kinderen (zoons Dennis en Robert) al zo oud dat ze hun eigen gang gingen.

    Waren de kinderen voor die tijd een beperking om iets te gaan doen?
    Ja, dat vind ik wel belangrijk, zeker als de kinderen nog op school zitten, dat je daar volledig aandacht aan besteedt. Maar achteraf is dat allemaal niet nodig geweest want ze waren veel beter dan ik. De oudste heeft de TU in Delft gedaan, elektrotechniek. Mijn jongste zoon deed het ook goed  hoor, die zit bij de Drechtsteden in de IT, hij is projectleider in de robotisering. Dus ze zijn allebei goed terecht gekomen.

    Welke gekke dingen heb je als vrijwilliger ooit gedaan?
    Met de oefenwedstrijd tegen Sparta in 2019 deden Jos Weber en ik de financiën van de muntenverkoop. Ik zat achter de tribune met Rob Ruts en Jos zat ergens anders. Zulke dingen doe je allemaal als je in het bestuur zit. Je kan het zo gek niet noemen of ik heb het wel gedaan.
    Wat ik heel erg gek vond was dat ik op het tribunedak bladeren heb staan vegen, dat moet je eigenlijk niet willen. Zo’n schuin dak en om er op te komen moet je al vijf meter klimmen. Da’s niet zo erg, want ik heb geen hoogtevrees. Maar ja, dan sta je op dat dak en dan ga je al die bladeren uit de goot vegen. Zulke dingen doe je met de onderhoudsploeg. Als bestuurslid heb ik nooit gekke dingen gedaan, geloof ik, niet dat ik weet. (Vragend aan Marijke) Weet jij wat? Heb ik gekke dingen gedaan voor de club, nee hè?’ 

    Het leukste dat je hebt gedaan?
    Het leukste… ja ik ben een paar keer kampioen geweest, dat vond ik altijd wel leuk.

    Wat was dan jouw bijdrage aan die kampioenschappen? Was jij de topscorer?
    In die lagere elftallen scoorde ik heel veel.  Dan ging ik altijd in de spits staan, ook bij de veteranen. Met Henk Zuijderwijk, wij scoorden allebei vrij veel toen.

    Wat was jij voor soort voetballer?
    Ik was een tweebenige voetballer, ik kon met links en rechts een voorzet geven. Tsja, hoe moet je jezelf typeren? Ik was een huis-tuin-en-keukenvoetballer, geen Frenky de Jong, die techniek heb ik nooit gehad. Ik kon wel hard lopen. Sprinten. Daar was ik wel goed in vroeger. Da’s nu allemaal minder, maar ja, toen ik 15 was sprintte ik de 100 meter in 11,5 seconden. Als je 15 bent is dat heel goed. Ik heb er nog wel spijt van dat ik toen niet naar atletiek ben gegaan, dan had ik waarschijnlijk meer kunnen bereiken.  


    Tegenwoordig zoeken verenigingen allerlei mogelijkheden om aan inkomsten te komen, het ledenbestand in stand te houden en de accommodatie beter te benutten. Welke mogelijkheden zie jij bij Excelsior 20?
    Er zijn zat mogelijkheden. Je zou wat meer moeten samenwerken met scholen, denk ik. We hebben al wat scholen die onze accommodatie gebruiken. Dat zou eigenlijk veel meer moeten gebeuren. Maar ook ouderen, want die zijn er steeds meer, daar moet je ook eens een keer naar kijken. Walking football, daar moet je echt een keer aan beginnen. Ik begin er niet meer aan, dat moet ik eerlijk zeggen, maar ik heb wel gezegd dat we dat echt een keer moeten gaan promoten. Daar zou je in verband met de vergrijzing meer rekening mee moeten houden.

    En waarom is dat nog niet van de grond gekomen?
    Ja, dan moet je mensen hebben die dat organiseren. Dat is een gebrek aan handjes. Ik had het wel willen doen hoor, maar op een gegeven moment houdt het ook wel een keer op ook. Je moet dan overdag ook beschikbaar zijn. Voor mensen die gepensioneerd zijn kan dat wel, maar die hebben daar vaak geen zin meer in. Dat is het probleem, denk ik. Ouderen zijn nog heel vitaal en doen van alles. Golf is populair. Mijn broer Aad loopt nog elke week te golfen. Golf zou je eigenlijk in het Beatrixpark moeten hebben. 

    Een project als de Zamivo’s is wel aangeslagen..
    Nou, zeker, dat zijn nu twintig teams. Dat is gigantisch. Aan het oliebollen- snerttoernooi doen al die teams ook mee en dat is altijd een groot succes. Ik fluit dan altijd wat wedstrijdjes – daar is geen reet aan, want je hoeft alleen de stand bij te houden – maar dat is geweldig. Toentertijd opgezet door George Leuver, die is daar de grote trekker van. Daar heb ik ook nog jaren mee gevoetbald, op zaterdagmiddag. Dat was gewoon geweldig. Zulke dingen zijn er al, maar overdag zou er ook nog wel wat kunnen gebeuren.
    Damesvoetbal proberen ze ook van de grond te krijgen, maar ja, dat is allemaal nog best wel lastig. Daar moet je ook mensen voor hebben. We hebben daar best de accommodatie voor, qua velden kunnen we dat allemaal wel regelen, denk ik, en ook qua kleedkamers. Als je het promoot denk ik best dat je daar veel animo voor krijgt, maar je moet mensen hebben die het organiseren. Die meiden moeten wel training hebben … als Excelsior mis je wel eens mensen om dat soort initiatieven te dragen. Er wordt al heel veel gedaan vind ik zelf, jeugdkampen, herfstweken, carnaval, oliebollen- snerttoernooi en noem maar op, maar dat damesvoetbal en dat walking voetbal, daar zie ik nog wel wat potentie. Bij cricket zou je misschien een zamivo-achtige cricketomgeving kunnen neerzetten, Dat je dan wedstrijdjes van tien overs speelt, of zo.

    Dat doen ze op vrijdagavond al….
    Op vrijdagavond doen ze dat wel, daar heb ik nog een paar keer meegedaan. Ik zat toen bij de Zomo’s – het zondagmorgenvoetbal  – en dan gingen we een keer per jaar cricketen tegen de vrijdagavondploeg. Nou ja, ik wel meer gecricket hoor,  af en toe een wedstrijdje cricketen deed ik wel, maar het was niet mijn ambitie om elk weekeinde naar Amsterdam te gaan…

    Maar wat vond je leuker, bowlen of batten?
    Batten, fielden ook, maar bowlen kan ik helemaal niet. Ik gooide veel te veel wides. Een keer heb ik wel een wicket omver gekregen, van Paul de Roos. We speelden toen met de Zomo’s tegen elftalletje waarin Paul speelde. Ik gooide die bal precies in zijn palen. ‘Wat ben jij nou aan het doen?‘ zei hij.
    ‘Ik gooi je gewoon effe uit, jongetje.’
    Maar dat was toeval. Ik heb wel een paar wickets genomen. O ja, met EDS, de Amerikaanse zaak waar ik werkte, hadden we ook een cricketelftal. Daarmee gingen we wel bij HBS en Quick cricketen. We hadden een elftal waar John van Gestel onder anderen in speelde.

    Marijke: En vroeger bij Unilever speelde je zaalvoetbal.
    Henk: Ja, met OACN Boys.
    Marijke: …en ik mocht altijd de shirtjes wassen.
    Henk: Zaalvoetbal heb ik niet bij Excelsior gespeeld, maar bij een cluppie van de zaak. Dat vond ik nog leuker dan veldvoetbal. Ik was ook veel beter in zaalvoetbal. Vond ik zelf. We speelden een keer bij het Schiedams kampioenschap tegen Excelsior en toen wonnen we met 4-1. Tegen Martin de Vette, Coen van der Pas en andere gasten van het eerste. Maar ze kregen wel op hun kloten. Wij hadden toen best een aardig team. Ik heb weken gehad dat ik vier keer in de week aan het voetballen was. Op maandag zaalvoetbal, op woensdag donderdag trainen en op zaterdag en zondag voetballen.

    Tenslotte, hoe zie jij de toekomst van de club Henk?
    Áls het gaat zoals het nu gaat blijft Excelsior nog wel honderd jaar bestaan. We hebben corona overleefd, dan kunnen we alle problemen aan.  

     

    Hier nog het interview met Henk: https://www.youtube.com/watch?v=bEqpLMAloGI