• In ons jubileumjaar 2020 waren er allelei grote plannen om o.a. een jubileumboek uit te brengen. Een redactiecommissie heeft diverse interviews afgenomen met een aantal ereleden. Deze interviews wilden de Jubileumcommissie jullie niet onthouden. Deze week Joop van Rest, inmiddels 75 jaar lid van onze vereniging

    Joop van Rest (87): ‘Als voetballer ben ik nooit een ster geweest.’

    Wanneer ben je lid geworden van Excelsior’20?

    Ik ben op mijn zeventiende lid geworden van de club. Toen pas kreeg ik van mijn vader toestemming te gaan voetballen. Voor die tijd was er geen geld. Mijn vader was een Hermes-kist, maar ik mocht niet naar Hermes toe, want ik was katholiek. Zo ben ik bij Excelsior'20 terecht gekomen.

    Je vader was ook katholiek, maar wel aan Hermes DVS gelieerd. Hoe zat dat?
    Ja, mijn vader was aan Hermes verbonden. Ik heb dat nooit aan hem gevraagd, maar ik denk dat dat vóór 1920 was. Mijn vader was van 1895, dus het kan heel goed dat hij op zijn 20e lid van Hermes geworden is. Excelsior’20 bestond in zijn jeugd nog niet.

    Kwam je voor die tijd al bij Excelsior?
    Nee, alleen bij Hermes. Op de Damlaan.

    Had je broers die voetbalden?
    Ik had twee broers, maar beiden zijn enkele jaren geleden overleden. Eén werd missionaris, die was acht jaar ouder dan ik. Mijn andere broer was vier jaar ouder was dan ik en die heeft ook op het seminarie gezeten, maar is er naderhand uit gestapt. Hij heeft zes kinderen gekregen, hahaha. Dat was toen ook al zo. Ik was dus een nakomertje, bij wijze van spreken. Ik ben niet echt verwend geweest, maar ik was toch wel het enige jongetje thuis. Ik heb daar altijd wel een beetje voordeel van gehad.

    Wilde je zelf graag gaan voetballen?
    Ja, ja, zeker, maar ik kon er niets van. Ik ben in het veertiende begonnen en daar hebben ze me zelfs moeten leren ingooien, bij wijze van spreken. Ik heb nog gevoetbald met Herman Verhart, als die naam nog iets zegt, en Maup Staal. Allemaal mensen die veel ouder waren dan ik. En ook Jan Janse, van de Hoogstraat, van de distillateur.

    In welke buurt woonde je?
    Ik woonde altijd op de Hoogstraat. Hoogstraat 164. Daar was ook de werkplaats van mijn vader, die schilder was. Ons huis was ter hoogte van de Dam. Daar zit  tegenwoordig een koffie- en theewinkeltje. Daarvóór zat café Het Paard op die plek, daar hebben veel Excelsior-mensen wel wat uurtjes doorgebracht.   

    Waar voetbalde je na schooltijd?
    Ik voetbalde eigenlijk weinig, dat was er thuis niet bij. Je kon beschadigd raken en je kleren konden kapot gaan. Nee, voetballen op straat was er niet bij.

    Het is wel typisch dat je niet op straat voetbalde en dat je oudere broers ook niet om voetbal gaven…
    Nou, wacht even, de middelste broer was keeper van origine, hè, dus dat ging nog wel, maar voor de rest heb ik nooit een aanmoediging gehad om te gaan voetballen.

    Maar goed, je kreeg permissie om te voetballen bij Excelsior'20 en waar ging je naar toe?
    Mijn eerste kennismaking met Excelsior als voetballer was een training. In augustus werd ik lid en diezelfde maand ging ik voor het eerst trainen, dat was nog op het oude Volkspark. Daar kreeg ik training van Coen Poulus. Daarna heb ik drie dagen niet kunnen lopen. Godsamme, wat was ik er aan toe.

    Wat hadden jullie moeten doen dat het zo hard aankwam?
    Dat weet ik niet meer, vooral hardlopen en een balletje trappen, denk ik, maar ik had mijn spieren nooit gebruikt, dus dat was allemaal zo stijf als de pest.

    Dus je eerste training was de eerste keer dat je bij Excelsior kwam?
    Ja, ja, zo was dat.

    Hoe lang duurde het voordat je wedstrijden ging spelen?
    Dat weet ik niet meer…maar als je toentertijd lid werd, werd je opgesteld, klaar. Ik begon in het laagste team, dat was toen het veertiende en daar hebben ze me leren voetballen. Ik ben nooit een ster geweest, nooit hoger gehaald dan het zesde.

    Wat voor soort voetballer was je?
    Ehm, een doordouwer. Geen techniek, helemaal niks, maar keihard werken. Dat zat er nou eenmaal in en dat moest eruit ook.

    Hoe lang heb je gevoetbald?
    Een jaar of vier, vijf. Niet lang, want na mijn diensttijd werd ik jeugdleider en kort daarna jeugdsecretaris. Dan heb je geen tijd meer om te voetballen. Ik had toen al een gezinnetje en mijn vrouw Cock is helemaal gek van Excelsior'20, dus ik kreeg alle vrijheid om te doen en laten wat ik wilde. Ik zeg altijd: mijn kinderen opvoeden, dat heeft zij eigenlijk gedaan. Zo was dat gewoon.

    Waar heb je Cock leren kennen?
    Op een feestavond van Excelsior in Musis Sacrum, aan de Lange Haven.

    En wat was haar link met de club?
    Haar vader, Gerard Ruts, heeft altijd gevoetbald bij de club en haar broers Wim, Ton en Rob zijn ook  lid van Excelsior geworden. 

    Je werd na een paar jaar al jeugdleider, werd dat aan je gevraagd?
    Hoe ik jeugdleider werd, dat weet ik niet meer, dat heeft kennelijk geen indruk op me gemaakt. Als jeugdsecretaris werd ik gevraagd, als opvolger van Herman Schouwenburg, de vader van Cees. Dat was een beroemde man. Die deed alles helemaal alleen. Echt belachelijk wat die allemaal presteerde voor de club. Ik heb het van hem overgenomen, maar toen heb ik wel meteen geëist dat er een C-, B- en A-secretaris bijkwamen. Dan had ik een klein beetje steun.

    Over welk jaar praten we nu?
    Dat zal 1962 zijn geweest. Ik heb toen de drie gevraagde medecommissieleden gekregen: Theo de Veth voor de C, Aad van Geloven voor de B en Cor Lakwijk voor de A. We hebben dat  jarenlang volgehouden en altijd prettig samengewerkt.

    Hoe groot was de jeugdafdeling toen?
    Voordat ik jeugdsecretaris werd was ik leider van C11. Maar onder de C-afdeling waren nog geen pupillen. Je had elf C-team, zeven of acht B-teams en vier of vijf A-elftallen.

    Dan kom je op 20 tot 25 teams.
    Ja, en Herman Schouwenburg schreef iedere week aanschrijvingen aan alle jongens op van die bruine kaartjes. Dat was handwerk, En die liet-ie nog bezorgen ook. Dus wat dat betreft had ik alle respect voor hem. Ik kon dat niet opbrengen. Ik wilde het ook niet opbrengen. Ik ben zeven jaar jeugdsecretaris geweest, toen ben ik eruit geschopt. Door de voorzitter en de secretaris. Ik was te kritisch over de zoon van een bestuurslid.

    Heb je toen nooit gedacht: jongens zoek het lekker uit, ik ga wat anders doen? Ik zoek in mijn boosheid een andere club?
    Nee. Het is zelfs zo dat ik er tijdens een bestuursvergadering door voorzitter Hans Kleinekoort ben uitgezet. Ik ben vervolgens aan de bar gaan staan. Na de vergadering heb ik Hans als eerste een biertje aangeboden. Dat klinkt heel gek, maar waarom zou ik het niet doen?

    Wanneer kwam het in je op om als scheidsrechter aan de slag te gaan?
    Toen ik als jeugdsecretaris ophield kwam ik in een leegte terecht. Ik blies graag als clubscheidsrechter, maar toen ben ik bij de KNVB terecht gekomen als scheidsrechter. In die tijd heb ik ook nog scheidsrechterscursussen gegeven aan de KNVB, daar zat ik ook weer helemaal in. Ik ben begonnen als bondsscheidsrechter in 1970. Mijn hoogste niveau is geweest de hoofdklasse van de RVB, met als fijnste wedstrijd VOB 1-Zwarte Pijl. Een wedstrijd op het scherp van de snede op een heel klein veldje met het publiek praktisch op de zijlijn.
    Mijn vervelendste ervaring was een gestaakte wedstrijd, omdat ik een tik kreeg op mijn ogen en in mijn nek, waardoor ik buiten bewustzijn raakte. De stand was dat moment 8-0. Tussendoor was ik clubscheidsrechter van 1954 tot 1980 en ik ben een tijdje lid geweest van de scheidsrechterscommissie van de RVB. 

    Dus waar de deur bij Excelsior dicht ging, ging er weer een ander voor je open?
    Ja, maar een paar jaar nadat ik als jeugdsecretaris was gestopt ben ik door Hans Kleinekoort gevraagd om weer actief in Excelsior te gaan werken. Achter de bar. Niet in de commissie, maar gewoon achter de bar, vooral op donderdagavonden als er training was.

    En zo werd je ook leider van het eerste voetbalelftal?
    Ja, hoe dat precies ging weet ik niet meer. Tijdens mijn bartijd deed ik ontzettend veel extra’s op die donderdagen en dat is misschien wel opgevallen.

    Wie was er toen trainer..?
    Ik ben leider geworden onder Piet Roozen, daarna heeft Eric Gudde het overgenomen en toen onder anderen John Kloppers. Zo heb ik er een stuk of acht gehad…

    En je hebt ze allemaal overleefd..?
    Ja, ja. Twee vallen er echt op. Dat is Hans de Roover, die toen weggestuurd is. En ik heb altijd heel fijn gewerkt met Hans Schinkel. Van Sparta kwam Ger ter Horst. Nou, die heeft het maar een jaar uitgehouden. Dat was ook een aanfluiting. Zo heb je van die figuren.

    Je noemt Hans de Roover, wat was er zo bijzonder aan hem?
    Nou, ik zeg niet dat hij de beste was, maar dat is het jaar geweest dat het voetbalbestuur Hans op non-actief zette. En dat werd door de voetballers niet geaccepteerd. Hij was een heetgebakerd mannetje, niet echt iets voor Excelsior, maar ja, alle spelers wilden hem hebben. Ik heb nooit een eigen mening gegeven, toen, maar ze hebben mij altijd als dader gezien van het mislukken van dat seizoen.

    … en van het vertrek van die spelers naar Hermes DVS…
    Ja, daar hebben ze mij ook voor aangezien, terwijl ik alleen maar, en dat is zonder meer waar, alleen maar begeleidend heb gewerkt. Altijd sussen en proberen te weten te komen wat ze echt dachten. Er was er eentje, Emiel Smits, die bij Excelsior is gebleven en de rest is weggegaan. Ik heb er wel veel moeite mee gehad, maar ik ben nooit de aanstichter geweest. Het was voor die spelers het rechtvaardigheidsgevoel, de afspraak dat er een spelerscommissie was en die werd gewoon helemaal voorbij gelopen door het bestuur.

    Wie waren toen de belangrijkste voetbalbestuurders?
    Dat waren Michel Mastenbroek en Piet Roodenrijs. Zij de gooiden de kont tegen de krib. Dus kregen de spelers niks te horen, ze moesten het maar aanvaarden. En dat werd niet geaccepteerd. Frans Burcksen is op dat punt ook gecrasht bij Excelsior. Die is zelf opgestapt omdat hij niet anders kon. Voordat de spelers kenbaar maakten dat ze zouden stoppen ben ik namens het bestuur nog door verschillende mensen, onder wie Martien Buckers, met klem gevraagd om de boel op de rails te houden, maar vergeefs.    

    Je bent 70 jaar lid. Is die periode een van de dieptepunten uit je Excelsior-carrière?
    Ja, ja. Dat kan je wel zeggen. Ik heb nooit kunnen begrijpen waarom ze mij daarvoor aangekeken hebben. Maar ja, je zit in de top, dus het is logisch, achteraf gezien. Martien Buckers bijvoorbeeld, die heeft een uur tegen me aan zitten kletsen om me op andere gedachten te brengen, terwijl ik helemaal geen andere gedachten had. Dat is wel een behoorlijke domper geweest.

    Los van dit grote dieptepunt zijn er vast ook hoogtepunten geweest. Welke momenten waren dat?
    Ja, dan kom je natuurlijk weer aan jubilea, kampioenschappen en dat soort dingen. Het eerste Thurlede-toernooi in 1983 en het moment dat ik erelid werd, dat waren echte hoogtepunten.

    Heb je het dan over cricket èn voetbalkampioenschappen…?
    Ja, eigenlijk wel. Want ik ben ook nog een paar jaar lid geweest van het cricketbestuur onder Henk de Groot.

    En heb je zelf ook gespeeld?
    Jarenlang ben ik captain geweest van het derde. Met Mari Friederich, Cor Lakwijk, dat soort figuren zaten daar in. Cor Hoppstein ook en Karel Hermans, een heel bijzondere figuur.

    Wat trok jou in cricket?  Was je er al mee bekend toen je bij Excelsior binnenkwam?
    Ja, cricket kende ik van Hermes. Die ouwe Damlaan hè, daar woonde ik vlakbij. Daar is het begonnen. En ik ben ook jeugdleider van cricket geweest. Ik ben onder anderen, dat zal wel apart geweest zijn, medeleider geweest met Jan Dries. De grote Jan Dries. Die gaf training aan de jeugd, met Koos Gouka, Wim Ruts en Wim Schewe. In die jeugd vormden die jongens de kern van een heel goed team. Ze hebben jaren met elkaar gespeeld tot Wim Ruts verhuisde. Dat ik toen toen assistentie verleende met trainingen, gekker kon het eigenlijk niet. Ik kon zelf geen bal raken. Ik ben ook jarenlang leider geweest en ben heel wat jaartjes met een stel  jongens naar het Nijmeegse cricketkamp gegaan. Bij Hans Schmidt.

    Dat is ook een Excelsiorman van vroeger…
    Ja, Met Quick Nijmegen hadden we heel goed contact en elk jaar gingen we  op cricketkamp…

    En een week daar slapen….
    Jazeker. In het begin met broeder Hermano en naderhand ben ik zelf de hotemetoot geworden..

    Had je veel met de broeders te maken?
    Ja, toentertijd had ik ontzettend veel met de broeders te doen. Met broeder Hermano, broeder Hendrik, broeder Hendricus en broeder Egmundus, Ik kwam nogal eens bij het klooster en dan ging die deur vanzelf open. Ik liep dan zo naar de kamers van de broeders toe. Ik was er gewoon kind aan huis….Dat kun je nu niet meer voorstellen…..

    De broeders waren in die tijd aanwezig en ze hadden een bepaalde rol.
    Ja. Hermano was dé man van het jeugdvoetbal. Via het schoolvoetbal zijn de broeders bij Excelsior gekomen en hij was de man die alles regelde.

    We hebben het nu over het schoolvoetbal voor de katholieke lagere scholen?
    Ze moesten een complex hebben voor het schoolvoetbal en dat vonden ze op de Oude Dijk. Broeder Hermano was gigantisch bezig, ook voor Excelsior'20. Hij had altijd hoofdpijn die man, stervende hoofdpijn, maar hij bleef doorgaan.

    Want jij bent begonnen op het Volkspark en meeverhuisd naar de Oude Dijk?
    Ik ben op het Volkspark begonnen in 1952, het jaar dat Excelsior naar de Oude Dijk ging. Dat is het complex waar we nu zitten. De Oude Dijk lag in het verlengde van de Damlaan, na het vierde veld van Hermes rechtsaf, dat was de Oude Dijk. Daar had je een woonwagenkamp en even daarna kreeg je een spoorwegovergang.

    Waar merkte je aan dat Excelsior een katholieke club was?
    Onder andere aan de broeders….voor de rest… aan weinig. Nou ja, als je zondag een uitwedstrijd moest cricketen, had je 's morgens om 6 uur in het broederklooster aan de Warande een mis waar je bij moest zijn.

    Daar moest je naartoe?
    Ja. Daar begon je mee. Dat werd niet gezegd…

    En als je daar niet naartoe ging, mocht je dan niet spelen?
    Dat weet ik niet, maar dat gebeurde niet. Je ging allemaal, want je moest daarna toch weer vertrekken naar de tegenstander. Je ging gewoon altijd mee.

    De begintijden van de voetbalwedstrijden waren er ook op aangepast..
    Ja, 11 uur, eerder mocht je niet voetballen. Uitwedstrijden ook, niet voor twaalven.

    En je moest ook katholiek zijn als je lid wilde worden…
    Ja, ja,

    En als je verkering kreeg moest dat met een katholiek meisje zijn….
    Ja, ja, ja……Joep den Brinker is nog een keer geweigerd als lid omdat hij niet katholiek was. Naderhand is dat wel weer bijgedraaid. Er was ook een geestelijk adviseur, hè. Martin, Hamman en Van Dijk natuurlijk, dat waren geestelijk adviseurs, klaar. Die hadden heel wat te vertellen in de club, zeker Van Dijk, die was overal mee bezig.

    Heb je dat ooit als een bezwaar gevoeld, of heb je dat ooit als lastig ervaren?
    Nee, het hoorde erbij, je wist niet beter.

    Als je nu naar de club kijkt staat er nog steeds RK voor de naam, maar als je op zaterdagmorgen binnenloopt ziet de club er heel anders uit.
    Het is een christelijk georiënteerde club, maar het is niet katholiek meer. Rome is niks meer..

    Mis je dat?
    Nee, nee.

    Vind je dat een RK vereniging er nog iets aan zou moeten doen…?
    Nee, nee, eigenlijk helemaal niks. Ik ben zelf ook niet meer rooms, dus dan is het niet zo moeilijk. Ik doe er niks meer aan, Rome is voor mij achter de rug….

    Je hebt bijna driekwart van de geschiedenis van de vereniging meegemaakt. Hoe zou je een Excelsiorman of een Excelsiorvrouw omschrijven?
    (zonder aarzelen) Loyaal, familiemens, maar wel kritisch. En meer op gezelligheid gericht dan op prestatie.

    In hoeverre is de gezelligheid een deel van de club in jouw beleving? Is het sfeerbepalend of imagobepalend?
    Ik ben er weinig in geïnteresseerd. Ik vind het leuk als ze het doen, maar ik zal er zelf weinig of niet bij zijn. Het interesseert me ook niet hoe ze het doen. Ik ben één keer naar het carnaval geweest. Cock  ging wel, dat is een feestvierder..

    En je dochters…?
    Twee van de drie wel, maar eentje interesseert het ook helemaal niet.

    Hebben die het via Cock meegekregen?
    Dat moet wel, van mij hebben ze het niet….Van wie moeten ze het anders hebben…Het gezellige leven, buiten het feesten om, heb ik wel meegemaakt, maar de feesten waren aan mij niet besteed.

    Wat was bij jou de grote aantrekkingskracht bij de club?
    Omgaan met jeugd. Ik ben jarenlang leider van het eerste geweest, of manager, hoe je het noemen wilt, en het tweede en derde werden er ook altijd bij betrokken, daar kon ik echt mijn ei kwijt. Altijd leuk, gezellig, tot op het moment dat ik merkte, toen was ik ongeveer 60, dat die jongens niet meer geïnteresseerd waren in de praatjes die we hadden of de conversatie die zij wilden. Zij waren over meisjes aan het kletsen en dergelijke.

    Terwijl jij wel kinderen had in die leeftijd, dus je had best over dingen kunnen meepraten….
    Ja, maar dat zat er niet in….dat liet ik allemaal aan mijn vrouw over….

    Werd dat ook zo tegen je gezegd?
    Nee, dat werd niet gedaan, ik werd volgens mij aan alle kanten gewaardeerd. Halverwege ben ik er een keer uitgestapt, toen heb ik ook een horloge gekregen van de jongens, maar ik ben niet echt weggegaan. Waar die huldiging het einde moest zijn, begon het gelijk opnieuw.

    Terwijl jij had gezegd dat je wilde stoppen?
    Ja.

    Weet je nog wat de aanleiding was om te stoppen?
    Nee, nee…ik denk dat er een trainer op non-actief werd gezet, volgens mij John Kloppers, maar dat weet ik niet zeker meer.

    Je wilde gewoon een horloge hebben….
    (schaterlacht). Ik weet nog wel de laatste keer toen ik definitief gestopt ben. Dat was omdat ik geen binding meer had met de jeugd. Toen was het gewoon afgelopen.

    Wat hebben jouw dochters eigenlijk aan sport gedaan?
    Handbal. Voornamelijk handbal, maar ook niet lang hoor, het zijn geen van drieën sportievelingen in die geest.

    Hebben ze dat van hun vader, dat ze niet sportief zijn?
    Nou, niet sportief wil ik niet zeggen. Ze zijn in elk geval niet uitzonderlijke getalenteerd, maar er was te weinig interesse. Als ze het deden, deden ze het volledig, maar het duurde nooit lang.

    Keken jullie op zondag wel naar Studio Sport?
    Ja, ja, dat moest altijd op. Is het niet voor mij dan is het wel voor Cock. Die is helemaal gek van het spelletje.

    Het is wel leuk dat Cock voorop gaat in de polonaise terwijl jij zelf niet zo'n feestvierder bent.
    Ik kan alleen maar regelen, regelen, regelen, en voor de rest zoeken ze het maar uit.

    Je noemde net Herman Schouwenburg als toonbeeld van ijver en inzet voor club. Als je door de jaren heen kijkt wie is dan in jouw ogen het Excelsior-icoon bij uitstek?
    Die namen zijn al genoemd. Herman Schouwenbrug, broeder Hermano,  en ik had ook ontzettend veel respect voor Jan Smolders, de oud-voorzitter, dat was echt een kanjer.

    Veel mensen zullen Jan Smolders niet kennen, of hem herinneren als voorzitter….
    Hij was volgens mij een jaar of drie, vier voorzitter. Hij was altijd heel rustig, heel kalm, maar hij was er altijd en hij was gers genoeg om de boel in de gaten te houden.

    Nog andere namen…?
    En dan een van de vrijwilligers die nooit op de voorgrond trad was Jan Vermeulen. Dat was de kanjer van de vereniging, met Leo Marrevee samen. Die stonden er altijd, hoefden niet zo nodig op de voorgrond, maar zijn wel door de vereniging op de voorgrond gezet.

    Nu zijn er door de jaren heen ook mensen van het toneel verdwenen, om wat voor reden dan ook….
    Er zijn verschillende mensen verdwenen toen ik jeugdsecretaris was, want ik had de naam dat ik heel eigenwijs was en heel koppig en de boel helemaal alleen regelde. Er was iemand, ik zal de naam niet noemen, die leider wilde worden en van A1 en vanuit de commissie - ook hier weer, ik had er helemaal geen schuld aan - werd gezegd dat A2 hoog genoeg was voor hem. Die is toen weggelopen en nooit weer terug geweest. Zo zijn er meer geweest.  

    Was je soms onbegrepen en hadden mensen een verkeerd beeld van je?
    Ja. Dat is gewoon zo.

    Wat was de belangrijkste motivatie om met het clubwerk door te gaan…?
    Als ik iets op me neem dan moet het volledig slagen. Als het niet slaagt dan heb ik het fout gedaan. Dan kan erover gepraat worden. Maar als je niets hoort, dan ga je gewoon door.

    Er is de afgelopen jaren veel te doen geweest over de broeders, over de katholieke kerk, over ongewenste intimiteiten. Heb je daar ooit iets van gemerkt bij de broeders die bij Excelsior rondliepen?
    Achteraf gezien denk ik dat één van de broeders wel iets negatiefs heeft, maar ik hoef geen namen te noemen. Dat was iemand die heel slecht uit de hoek kon komen. Die kon slaan, dat hoorde al niet bij Excelsior natuurlijk. Als je in het zaaltje aan de Nieuwe Haven training gaf, dan kwam het niet in je op om met die jongens te gaan sparren of zo, maar hij presteerde het om iemand een tik voor zijn mallemolen te geven ook. En niet zachtjes hoor….Maar het tegenovergestelde was zeker ook aan de orde. Hij was ook wel eens een keer te lief, maar dat is achteraf, toentertijd dacht je daar niet aan.

    Wat de jeugd van tegenwoordig zich ook niet kan voorstellen is dat je lopend, op de fiets of met het openbaar vervoer naar uitwedstrijden ging….Wat zijn jouw herinneringen daaraan?
    Nou, ik heb als leider C11 gehad en dan moesten we naar Feyenoord toe. Op de fiets natuurlijk. Dan kwam je bij de Maastunnel aan en dan moest je zes keer de trap op en af omdat sommige jongens niet met de fiets naar beneden durfden. Dat soort dingen. En je moest altijd heel voorzichtig zijn in het verkeer met een groep jongens.

    En toen je zelf voetbalde, hoe ging je toen naar uitwedstrijden?
    Op de fiets… Nou ja, we zijn wel eens naar Flakkee geweest en dan moest je het treintje in de Rozenstraat nemen om er te komen. Dat was een avontuur. Dat duurde gewoon een hele dag.

    Wat zijn de meest in het oog springende anekdotes die verteld worden als je mannen uit die tijd tegenkomt?
    In de tijd dat ik wedstrijdsecretaris was, was ik ook trainer van A1. Dat was in 1966, ik vergeet het nooit. Toen heb ik in samenwerking met mijn vrouw Cock twee of  drie jaar vanuit mijn huis getraind. De jongens kwamen 's avonds om een uur of 7 met zijn allen de trap op in ons huis aan de Emmastraat en daarna gingen we met zijn allen de trap weer af om een uur hard te lopen en tussendoor wat oefeningen te doen in Kethel. Na afloop gingen we weer bij ons naar boven. Je zag  de ramen beslaan. Dan kregen ze een drankje en even later gingen ze weer naar huis. Dat hebben we een paar jaar gedaan. Daar praten ze nu nog wel over.

    Over welke spelers hebben we het dan …?
    Henk Groenewegen, Bertie Ouwerling, de neven Schaap, drie Schapen zelfs, ik ken alle namen niet meer zo goed…..

    Als je vooruit kijkt, wat zou er moeten gebeuren om Excelsior ook nog 125 jaar gezond te laten zijn
    In ieder geval meer communicatie en dan niet vanuit de leden, maar vanuit het bestuur en dergelijke. Neem nou maar een klein dingetje, wat niet erg is, hoor, er is en technische commissie bij het voetbal. Weet jij wie daarin zitten?

    Nou nee…..
    Iedere keer komt er een andere commissie of een andere invulling van de commissie en je hoort er nooit wat van. Dat vind ik een groot gebrek.

    Toen jij binnenkwam bij Excelsior was de vereniging strikt katholiek. Nu is het een volledig open vereniging. Hoe zie je dat voor de toekomst?
    Doorgaan. Gewoon doorgaan zoals je bezig bent. Wat de mentaliteit betreft dan hè….waarom niet? Katholiek of niet katholiek, wat kan het ons schelen.

    Wat is voor jou de meest dierbare plek op Thurlede?
    Die heb ik niet zo….Ik leef overal mee….
    Als er voetbal is ga ik naar voetbal, maar dan ga ik daarna naar cricket. Cricket speelt bij mij wel degelijk een rol, maar dan is het weer meer de sfeer dan bij voetbal.

    Ga je naar alle thuiswedstrijden kijken van voetbal?
    Ik moest wel van Cocky, maar sinds de overstap naar zaterdag is het er nog niet van gekomen. Dat heeft niets met principes te maken, maar meer met de leeftijd. En als Cock niet wil, hoef ik ook niet zo nodig.  

    En cricket…?
    Alleen thuis, maar net hoe het uitkomt. Dat duurt me toch wel erg lang hè. En dan kom je meestal half beschonken thuis, haha.

    Wie is de meest getalenteerde voetballer die je in al die jaren hebt meegemaakt?
    Dan ga ik toch weer denken aan Van der Huls, Ton van der Huls, een zoon van Bep. En zijn broer Henny, die was net zo goed. Met name Henny, dat was een stugge verdediger. Maar die jongens hebben voor hun carrière gekozen.

    En met welke speler heb je met plezier samengewerkt of keek je met plezier naar?
    Ik heb met bijna alle spelers wel plezierig gewerkt.

    Een cricketer dan, heb je een favoriete cricketer gehad….Een bowler of batsman die je graag wilde zien?
    Nee, dat heb ik ook niet….Ik ben wat dat betreft misschien heel erg vlak, maar ik heb nooit iemand in het bijzonder voor wie ik ga kijken.

    Nog onderwerpen die niet aan de orde zijn geweest?
    Theo Dal….Daar hebben we nog een keer een prijs naar genoemd. Een goedzak, ondergewaardeerd.
    Er worden te weinig hardwerkende dames van leden in het zonnetje gezet. Hennie Vermeulen was er ook altijd. Gerda van Aaken is tegenwoordig ook zo’n voorbeeld. Die verdient een bijzondere vermelding.